• Jan Kuijs demonstreert een nestbeschermer in zijn achtertuin

    Peter van Eerden
  • Een tureluur met kuiken in kruidenrijk land

    Teun Veldman
  • Grutto op de uitkijk; meestal zijn er dan jongen in de buurt

    I.Lammers

Alarm voor weidevogels

Al bijna 40 jaar staat hij op de bres voor het behoud van de weidevogels in de polders in de regio. Jan Kuijs is strijdbaar en luidt de noodklok: "Het is vijf voor twaalf".

Peter van Eerden

Weidevogels: van jongs af aan is hij er mee begaan. Jan Kuijs (65) is nu coördinator van tien vrijwilligers bij de Weidevogelbeschermingsgroep Castricum, onderdeel van Landschap Noord-Holland. Hij heeft grote zorgen maar ook hoop: "Gelukkig zijn er nog steeds weidevogels, vooral in gecreëerde natuurgebieden, maar helaas steeds minder op gangbaar boerenland, zoals dat vroeger het geval was. De kievit, grutto, tureluur, scholekster en veldleeuwerik gaan daar hard achteruit". Hoe kan dat en valt het tij nog te keren? Kuijs gaat er in zijn woning met weids uitzicht over de Oosterbuurt eens goed voor zitten: "Een combinatie van factoren zorgt voor de neerwaartse trend."

PREDATOREN Weidevogels hebben behoefte aan heel veel rust en ruimte, maar hun leefgebied wordt meer en meer aangetast. Daarnaast zijn er predatoren die zich zonder natuurlijke vijanden hebben aangepast aan de mens. Kuijs noemt vossen, kraaien, meeuwen, reigers en roofvogels. "Maar ook steeds meer huiskatten trekken 's nachts de polder in. Waar veel weidevogels zijn, kunnen rovers vanuit de lucht gezamenlijk worden verjaagd, maar tegen grondrovers zijn ze kansloos." Ook ruilverkaveling pakte negatief uit voor de vogels: "Percelen zijn groter geworden en vlak gemaakt, slootjes gedempt en damhekken verwijderd waardoor de vaak eeuwenoude ligging en vorm is verdwenen. Landschappelijk is de polder aangeharkt. De weilanden worden steeds intensiever bewerkt en het waterpeil kunstmatig verlaagd. De grond warmt daardoor eerder op waardoor vroeger kan worden gemaaid, soms al eind april". Kuijs veert op uit zijn stoel: "En dat is funest. De tijd tussen twee maaigangen is veel te kort om eieren te leggen en jongen groot te brengen. Een kievit heeft een week nodig om eieren te leggen, vier weken broedtijd en vijf weken voordat de jongen kunnen vliegen. Dat is samen 10 weken. Die tijd krijgen ze op gangbaar boerenland niet meer. Bovendien is het niet meer geschikt als kuikenland. Jonge weidevogels worden niet gevoerd. Ze hebben dekking en insecten nodig, een gruttopul wel 5000 per dag. Die vinden ze niet op de biljartlakens van Engels raaigras waar geen bloemetje meer de kop opsteekt."

WEDLOOP Gelukkig werken steeds meer boeren biologisch en leeft bij velen het besef dat het duurzamer moet. Kuijs: "Het gros is echter nog steeds noodgedwongen bezig met de wedloop van kostprijsverlaging en productieverhoging. Tegenwoordig geeft een koe al gauw 10.000 liter melk, terwijl dat tot voor kort nog geen 5000 liter was. De opbrengst voor de boer is echter hoegenaamd hetzelfde gebleven. Dat kan dus alleen veranderen als de melkprijs wordt verhoogd én die verhoging bij de boeren blijft. Door meer financiële ruimte op de boerenbedrijven kan bijvoorbeeld meer weiland worden vernat, ruige mest worden gestrooid en later gemaaid. Gegarandeerd dat in kruidenrijk land de weidevogels het jaar daarna terug zullen komen."

RESERVATEN De weidevogelbeschermingsgroep Castricum helpt 'vrije boeren' met monitoren en het beschermen en markeren van nesten, maar heeft steeds minder te doen omdat er rond Castricum nu gebieden zijn waar de vogels liever komen. Kuijs noemt de landerijen rondom Marquette en het waterbergingsgebied in Heemskerk. "Daarnaast heeft de particuliere stichting 'De Hooge Weide' ongeveer 100 hectare oude weidegronden in beheer waar ontzettend veel weidevogels graag verblijven". Kuijs vindt dat prachtig, maar: "Het mag niet zover komen dat er alleen maar weidevogels broeden in reservaten en niet meer op boerenland. Ieder jaar komen in het voorjaar zelfs toeristen speciaal naar Castricum om langs het Uitgeesterweggetje onze weidevogels te bekijken, zoals de tureluurs en grutto's op lantaarnpalen. Die horen bij de cultuur- en natuurhistorie van ons dorp en willen we toch zeker voor geen goud missen?"