• 'Taart blief ik niet, ik ben geen snoeperd.'

    Guus Bauer

Antje Broek 100 jaar

IJMUIDEN Het jaar 2019 begon heel goed voor Antje Broek-Spierenburg. Op 3 januari jongstleden maakte ze de eeuw vol. Het heuglijke feit werd gevierd in een zaaltje vlak bij haar appartement in Oud-IJmuiden.

Door Guus Bauer

Mevrouw Broek, 'zeg maar Antje', kan met behulp van een rollator nog steeds de deur uit. Ze is wat hardhorend, maar voor de rest steekt ze in een blakende gezondheid. Bij ontstentenis van burgemeester Dales, reikte maandagmiddag wethouder Floor Bal een mooie fruitmand uit aan de eeuweling. Een keuze van haar zelf. 'Taart blief ik niet, ik ben geen snoeperd.' Ze was duidelijk in haar nopjes met zo veel aandacht, vond het prachtig dat ze dit allemaal nog mocht meemaken. Haar levenselixer? Lekker veel vis eten, zo lang mogelijk op jezelf blijven. Gewoon altijd doorgaan en van het leven genieten. En veel zorg aan anderen besteden. Antje is geboren in Oegstgeest en groeide op in Katwijk. Haar vader werkte op een trawler. Toen ze zeven was, verhuisde het gezin naar IJmuiden, zodat vader dichter bij zijn werk woonde. Haar moeder was ziekelijk, had verzorging nodig. Een taak die Antje als vanzelf al vroeg op zich nam, terwijl ze school C bezocht. Ook toen ze ouder was, en eenmaal getrouwd met Manny Broek, stond Antje klaar voor iedereen in de buurt. 'De mensen hadden weinig geld, en als er weer een kindje geboren was, dan werd ik erbij gehaald om als hulp van de vroedvrouw in de eerste dagen de moeders bij te staan.' Manny had ze leren kennen tijdens het zogenaamde 'rondjelopen' door de Oranjestraat en de Kanaalstraat. Een manier in die tijd om verkering te krijgen, al kende ze hem al wel. Hij was goed bevriend met haar broer. Manny werkte als vislosser, in de visfabriek en later bij de honden- en kattenvoerfabriek. Het echtpaar kreeg zes kinderen. Vier jongens en twee meisjes. Astrid en Anita noemen zichzelf de nakomertjes. Zij zorgen er mede voor dat Antje nog zelfstandig kan wonen. Ze houden een oogje in het zeil, zorgen voor maaltijden. 'Maar vis bakken en vlees braden doe ik echt zelf nog het beste,' zegt de krasse dame. Ze was en kleedt zichzelf nog, heeft eenmaal in de week een schoonmaakhulp en iemand die helpt met de medicatie. Helaas is echtgenoot Manny haar al veertig jaar geleden ontvallen. Antje heeft dertig jaar als vrijwilliger achter de bar gestaan in het buurthuis. Tot aan haar negentigste was ze vaak te vinden in woonzorglocatie Breezicht, als bezoeker welteverstaan. 'Koffieschenken voor de oudjes.' Antje is een nuchter, lief en zorgzaam mens. 'Maar je moet haar beslist niet kwaad maken,' zegt een van haar dochters. Dat blijkt wel wanneer de Tweede Wereldoorlog even ter sprake komt. Ze is nog steeds bijzonder kwaad op de bezetters. Ze kwam na een voettocht met haar eerste kinderen in Delfzijl terecht, heeft daar omdat de Groningers hen niet in huis wilde hebben op een boot gewoond. Ze wist na de Bevrijding niet hoe snel ze naar haar geliefde Oud-IJmuiden terug moest lopen en liften.