• Henk, Kees, Louis, Theo en Jan Beentjes.

    Henk de Reus
  • De familie Beentjes aan tafel bij Sonja Barend (1997).

    (repro): Henk de Reus

Gezin at van Hoogovens

Vanwege het 100-jarig bestaan van Hoogovens en de 'Week van de Industrie' (22 t/m 28 oktober a.s.) besteedt deze krant aandacht aan personen die hun ervaringen met de staalgigant willen delen. Dit keer zijn het meerdere personen uit één gezin die hun herinneringen ophalen.

Henk de Reus

Het was in de jaren 80 en 90 geen bijzonderheid als je bij Hoogovens (tegenwoordig Tata Steel) werkzaam was. Anders wordt dit wanneer 7 leden uit één gezin (vader en zes kinderen), hun brood bij dezelfde werkgever verdienen. Dit was het geval met de familie Beentjes. Het betrof een traditioneel katholiek gezin, waarbij de pastoor wel regelmatig langs kwam om te zien of de actuele gezinsgrootte overeenstemde met de wensen van de kerk. Zijn eigen ledenadministratie paste hij hierop aan. Meneer pastoor mocht niet klagen want het echtpaar Beentjes kreeg veertien kinderen. Hierna vonden zij het welletjes. Het gezin woonde toen nog in Wijk aan Zee. Vader werkte bij het toenmalige Hoogovens. Zes van de kinderen volgden zijn voorbeeld. Theo (58 jaar), tevens de jongste van de Hoogovenarbeiders, woont sinds 1983 in Castricum. Hij trad in 1979 bij Hoogovens in dienst en werkt hier nog steeds. Dit geldt ook voor broer Henk. De anderen: Cees, Louis en Jan zijn inmiddels gepensioneerd. Broer Joop is helaas twee jaar terug overleden.

SONJA BAREND In 1997 stonden de cao-onderhandelingen bij Hoogovens op scherp. Hoogovens wilde 3000 werknemers laten afvloeien. Het was een onzekere tijd, want niemand wist of hij/zij tot deze groep zou behoren. Voor de media was dit 'hot news', want dit kon behoorlijke gevolgen hebben voor gezinnen. Theo: "Ik weet nog dat wij in februari 1997 als gezin door de VARA werden uitgenodigd in een uitzending van het programma 'Barend en Witteman'. Sonja vond het kennelijk 'opzienBarend' dat zoveel personen uit één gezin bij hetzelfde bedrijf werkten. M'n vader en de zes kinderen die toen bij Hoogovens werkten, zaten bij Sonja Barend aan tafel. De discussie ging er over hoe het gezin zich zou moeten redden als enkelen de boodschap zouden krijgen dat zij niet meer bij Hoogovens nodig waren. Voor zijn brood was ons gezin namelijk grotendeels afhankelijk van dit bedrijf. Ik herinner mij nog dat wij hier tamelijk laconiek op reageerden. We hadden allemaal een baan waarbij we met onze handen werkten en vakwerk moesten afleveren. We zagen het niet zo somber in, want er waren genoeg bedrijven waar we zo aan de slag konden, dachten wij".

Broer Kees toont de verslagen die zijn vader in die tijd altijd maakte, zo ook van het bezoek aan Sonja Barend. Alles is in keurig handschrift terug te lezen op het Hoogovens matrixpapier dat hij laat zien. Ook de foto's, die tijdens de uitzending zijn gemaakt, heeft zijn vader bewaard.

TWEE Á DRIE BRODEN PER DAG Henk herinnert zich nog goed dat zijn ouders het aanvankelijk niet breed hadden."We moesten tot ons 21ste jaar ons verdiende salaris overdragen aan onze ouders. Dat werkte natuurlijk niet stimulerend, maar we kregen er veel voor terug. Er stonden elke dag vlees, groenten en aardappelen op tafel. Dat was in die tijd best wel een beetje luxe. Voor m'n moeder was het keihard werken met veertien kinderen. Elke dag wassen strijken en eten koken. Ga er maar aanstaan.

De afdelingen waar wij werkten waren niet bepaald de schoonste en er waren in die tijd onvoldoende badlokalen bij Hoogovens. Dit betekende dat je je thuis moest wassen en dat je je vuile kleding meenam. Je kreeg per persoon jaarlijks 18 stuks Sunlightzeep en drie handdoeken. Op de dag dat dit werd uitgereikt hadden we altijd een berg zeep en een flinke stapel handdoeken. Met de handdoeken was m'n moeder erg blij. De zeep rook niet zo fris en werd meestal weggegeven voor een of ander armenproject in Polen of Roemenië".

's Avonds werd het brood voor de volgende dag gesmeerd. Voor iedereen acht boterhammen. De eerste sneed het brood, de tweede deed er beleg op en de derde deed het in een trommel of zakje. Het was een dagelijkse routine geworden. Er gingen al gauw twee á drie broden per dag doorheen want we waren harde werkers en hadden de koolhydraten hard nodig. De plaatselijke bakker had een goede klant aan ons".

VERJAARDAGEN Op verjaardagen ging het gesprek bijna altijd – hoe kan het ook anders – over Hoogovens. Louis: "Vooral als de cao onderhandelingen liepen had Jan, als fanatiek vakbondsman, altijd het hoogste woord. Tijdens de discussies die we voerden werden de verschillende stromingen binnen het gezin duidelijk".

VADER De vijf broers zijn het er over eens dat het werken bij Hoogovens door hun vader werd gestimuleerd. Volgens vader Beentjes was Hoogovens een goede werkgever en kreeg je, als je je best deed, alle kansen om hogerop te komen. Kees: "Dit hield ook in dat je zelf je verantwoordelijkheid moest nemen. De resultaten op de Bedrijfsschool werden nauwlettend door vader gevolgd en je viel bij hem in ongenade als je twee mindere beoordelingen had. De in het verleden behaalde resultaten boden dan even geen garantie voor een aai over je bol", grapt hij. Het pushen van vader Beentjes had wel succes, want alle broers schopten het ver bij Hoogovens. Joop werd een uitstekende lasser, Louis en Henk werden werktuigbouwkundige en Kees, Jan en Theo schopten het tot teamleider. Wijlen vader Beentjes kan achteraf beretrots op z'n kinderen zijn.