• Paul Kuiper, veteranencommissie, Burgemeester Frank Dales en veteraan Engel Dekker.

    Ingeborg Baumann

Veteranen praten van zich af tijdens de Velsense Veteranendag

IJMUIDEN Afgelopen zaterdag vond in de sfeervol aangeklede ambiance van het Thalia Theater de negende Velsense Veteranendag plaats. Paul Kuiper van de veteranencommissie zegt: "Het is door de grote leeftijdsverschillen van de veteranen nog moeilijk om een mooi programma te maken.''

Aan de reacties, aandacht, tevredenheid en gesprekken van de aanwezige mannen en hun gezelschap te zien, is dat heel erg goed gelukt. Met deze feestelijke jaarlijkse bijeenkomst spreekt het college van B&W haar waardering uit voor de inzet van de veteranen. En biedt meteen de mogelijkheid om ervaringen en belevenissen uit te wisselen en te delen. Want dat is moeilijk, blijkt nog steeds. Dales merkt terecht op: "Het van je áf praten is niet zo makkelijk. Maar wel als je het er met elkaar over hebt, dan heb je aan een half woord genoeg. Jullie snappen elkaar.''

VETERANEN Veteranen uit de tweede Wereldoorlog waren er niet veel, deze mannen zijn waarschijnlijk te oud of zijn inmiddels overleden. Wel een groot aantal 'makkers' die gelegerd waren in voormalig Indië, Nieuw-Guinea en Korea in de vijftiger jaren. En veel jongere veteranen die zijn ingezet bij internationale vredesmissies in bijvoorbeeld Libanon, Cambodja, de Balkan, Irak, Afghanistan en Mali. Hoe deze mannen hun tijd overzee beleefd hebben verschilt heel erg. Dit blijkt uit de verhalen die verschillen van 'het was een mooi avontuur' tot 'ik denk nu anders dan toen'.

OORLOGEN Frank Dales zegt in zijn bevlogen toespraak: "Oorlog is verwoestend, je hebt dagelijks de dood in je nek. Je bent geestelijk en lichamelijk van elkaar gescheiden, je hebt alles te verliezen, er is altijd angst. En u was daar.'' Er volgt een presentatie over IJmuiden in WOII, het Wilhelmus wordt staand met de hand op het hart meegezongen en het officiële gedeelte is ten einde. Dan komen de verhalen los.

VERHALEN Zoals het verhaal van de heer Hogendorp, hospic in Nieuw-Guinea lichting 61-62. ,,Ik was 18 jaar en mocht de tas dragen van de dokter. Ze mochten niet op mij schieten. Ik heb wel dingen meegemaakt ja, als jochie. Maar toch: ik vond het een mooie tijd. De nare dingen vergeet je in de loop der jaren, de een pikt dingen anders op dan een ander. Ik ben een nuchtere Fries van geboorte maar kan me voorstellen dat iemand anders hetzelfde meemaakt en nachtmerries heeft. Ik was 20 toen ik op een vrijdagmiddag terug kwam, die maandag ging ik gewoon aan het werk. De jungle bleef trekken, ik ben later nog naar Panama en Costa Rica geweest op vakantie. Niet terug naar dáár nee. Dat niet.'' Engel Dekker (82) heeft eenzelfde insteek. "Ik heb een hoop gezien voor zo'n jong jochie.''

Dekker was Marinier in Nieuw-Guinea lichting 58-59. ,,We moesten voor 14 dagen de jungle in en patrouilles lopen op zoek naar infiltranten. Ik heb en had nergens last van, het is maar net hoe je gestel is. Mariniers ondergaan geestelijk ook een zware keuring, je moet er tegen kunnen en anders word je geen Marinier.''

HEFTIG Richard Groot (48) is van een andere generatie. Hij was op zijn 24ste in Bosnië. "Het was heftig. Ik dacht toen wel: 'dit is een stukje geschiedenis dat ik meemaak.' Maar je wordt ouder en ik denk nu anders dan toen. Ik praat er wel over met mijn vrouw en met andere veteranen.''

Jos Bakker (36) was in 2002 in Afghanistan als verbindelaar, een militair die verantwoordelijk is voor de radio- en netwerkverbindingen, en werd ook ingezet als chauffeur. "Ik heb het niet echt ervaren als een 'avontuur' nee. Ik voelde me vaak machteloos. De schade, de daklozen, de gebombardeerde plekken. Wat me bijblijft is dat huilende kleine meisje, hoewel ik nooit zal weten waarom ze zo verdrietig was. Er waren ook mooie dingen. Zo was er een groep vrouwen, natuurlijk gekleed in boerka's, die ons op een moment zo vertrouwden dat ze de gezichtsbedekking terugsloegen. Op zo'n moment heb je het idee dat je wat doet. Dan ben je toch blij dat je er bent.''

WIJZER Jan van der Does en Wim de Boer, beiden elitekorps Mariniers en gelegerd in Nieuw-Guinea in 1954, denken te weten hoe het komt dat de generaties zo verschillen in de verwerking van wat ze hebben gezien en meegemaakt. ,,Wij hadden helemaal niets te vertellen. Ze zijn wijzer tegenwoordig en weten ook meer waar ze mee bezig zijn. We kwamen thuis na anderhalf jaar en werden net nog opgehaald met een groene bus. Dat was het. Het lintje kregen we pas na 36 jaar. Qua Patet Orbis 'zo wijd de wereld strekt', is het motto van het korps. Eerlijk gezegd hebben we ook genoten van het avontuur.

En je weet het toch: 'Eens marinier altijd marinier'. De mannen heffen hun borrel. Er wordt lekker gegeten, geborreld, geproost en vooral veel gepraat. Hier kan het. Hier weet iedereen waar het over gaat. Hier snapt men dat er heel lelijke dingen waren maar ook mooie herinneringen. "Vergeten doen we het nooit, daarvoor was de impact te groot. We waren zo jong nog.''

 

Ingeborg Baumann