• De renovatie van de ventilatietorens aan de noordzijde van het Noordzeekanaal zijn in volle gang.

    Willem Moojen
  • De ventilatietorens worden ook wel hyacinten genoemd vanwege de gelijkenis met dit bolgewas.

    Willem Moojen
  • Het Ventilatiegebouwen Complex is een Rijksmonument en heeft zowel cultuur als architectuurhistorische waarde.

    Willem Moojen

Hyacinten in de steigers, ventilatiecomplex van de Velsertunnel wordt gerenoveerd

VELSEN 'Gedenkwaardigheden' is een serie waarin een aantal monumenten in Velsen voor het voetlicht komt. Deze negende aflevering gaat over het ventilatiegebouw en de ventilatietorens van de Velsertunnel, sinds 2014 een Rijksmonument.

De meeste inwoners in de IJmond en zeer waarschijnlijk velen daarbuiten hebben ze wel eens gezien, de ventilatietorens die aan beide oevers van het Noordzeekanaal aan de kant van Velsen-Noord en Velsen-Zuid staan. Maar wellicht dat velen niet weten voor welk doel deze torens zijn gebouwd, die momenteel gerenoveerd worden.

Voor het ventileren van de tunnelbuizen van de op 28 september 1957 in gebruik genomen Velsertunnel werden zowel aan de noord- als zuidzijde van het Noordzeekanaal ventilatieschachten gebouwd. Samen met de ventilatorengebouwen staan deze op het complex Ventilatiegebouwen. De bovengrondse gebouwen en ventilatietorens zijn ontworpen door het bureau van architect ir. Dirk P. Roosenburg (1887-1962) in samenwerking met ir. A Eggink van de Directie Tunnelbouw Velsen wat na de oorlog opging in Directie Sluizen en Stuwen van Rijkswaterstaat. Overigens waren er in de jaren dertig van de vorige eeuw al plannen voor een tunnel met een tunnelbuis met twee rijstroken onder het Noordzeekanaal. In 1941 werd daadwerkelijk begonnen met de bouw van de tunnel, maar in november 1942 gestaakt door schaarste aan bouwmaterialen vanwege de oorlog. In 1952 werd de bouw hervat maar nu met twee tunnelbuizen met elk twee rijstroken vanwege de verwachte verkeersstroom.

VENTILATORENHAL De ventilatorenhal op het complex, opgetrokken uit een betonskelet, is verder afgebouwd op een t-vormige plattegrond en heeft een plat dak met overstek. Twee langwerpige lagere gebouwen met plat dak zijn aan de zuidzijde tegen de lange kant van de ventilatorenhal gebouwd. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed vermeld dat de gevels van de ventilatorenhal zijn samengesteld uit gestapelde langwerpige betonnen raampanelen. De overige gevels zijn gemetseld in gemêleerde geglazuurde baksteen en rondom voorzien van grote vierruits vensters. Het gebouw is afgedekt met betonnen dakplaten. Onder de grond van het ventilatiegebouw bevinden zich nog vijf kelderverdiepingen die zijn uitgevoerd in gewapend beton en waarvan de onderste bouwlaag zich bevindt ter hoogte van de rijvloer van de Velsertunnel op 17,5 meter onder NAP. In de kelderverdiepingen zijn facilitaire ruimtes ondergebracht die via trappen en een lift zijn verbonden met elkaar. De op maaiveld gebouwde ventilatorenhal zorgt er voor dat de eveneens op maaiveld opgestelde ventilatoren beschut bereikbaar zijn. De ventilatiegebouwen aan beide zijde van het Noordzeekanaal zijn bijna identiek.

HYACINTEN De meest in het oog springende elementen van het ventilatiegebouw zijn de acht karakteristieke hoge ventilatietorens. De vier hoogste ventilatietorens van elk 31 meter hoog zijn twee aan twee gesitueerd aan de oostelijke en westelijke zijde van het ventilatiegebouw. Deze hoge ventilatietorens zorgden voor de luchtafvoer in de Velsertunnel. Belangrijk bij een brand na een ongeluk. In het midden van het ventilatiegebouw zijn achter elkaar in noord-zuid richting vier ventilatietorens van 16 meter hoog gebouwd, die zorgden voor verse luchtaanvoer in de tunnel. Onder de grond gaan de ventilatietorens over in betonnen ventilatieschachten. Bij het ontwerp koos Roosenburg er bewust voor om iedere ondergrondse ventilatieschacht boven de grond in een afzonderlijke ventilatietoren te laten uitmonden. Hierdoor ontstond het ranke karakteristieke silhouet wat doet denken aan hyacinten. De torens zijn samengesteld uit ronde geprefabriceerde betonnen schijven en bekleed met gemêleerde geglazuurde bakstenen om het onderhoud gemakkelijk te houden. De gecanneleerde (groeven) tienhoekige vorm met zijdes van 1 meter komt voort uit een eerder ontwerp waarbij men er vanuit ging dat de schoorstenen geheel in beton uitgevoerd zouden worden. Elke ventilatietoren loopt uit in een wijder worden schoorsteenkop met rondom 50 openingen, die omlijst worden door een witte geprefabriceerde betonnen vierkante rand en bovenin wordt afgedekt met een betonnen plaat.

RENOVATIE De Velsertunnel werd van 15 april 2016 tot het weer openstellen op 16 januari 2017 grondig onder handen genomen, waarbij onder andere tunneltechnische installaties zijn vervangen. Tegelijkertijd werden nieuwe vluchtwegen aangelegd, een nieuwe brandwerende laag aangebracht, de tunnelbesturing gemoderniseerd en de doorrijhoogte met 12 centimeter vergroot. Tevens werd overgegaan van dwarsventilatie op langsventilatie. De werkzaamheden aam de tunnel werden uitgevoerd door het consortium 'Hyacint', waarin waren ondergebracht de bedrijven Besix, Dura Vermeer, Spie Nederland en Croon. Gepland stond toen ook al dat het Ventilatiegebouwen Complex onder handen zou worden genomen. Rijkswaterstaat laat weten dat de werkzaamheden, uitgevoerd door Dura Vermeer, in volle gang zijn en plaats vindt aan de binnen- en buitenkant van de ventilatietorens en bestaan uit onder andere kitwerkzaamheden, betonreparatie en renovatie van het metselwerk. De werkzaamheden aan de zuidelijke torens zijn bijna afgerond. Het werk aan de noordzijde zal waarschijnlijk duren tot eind mei/begin juni. Sinds de grondige renovatie van de tunnel hebben de hoge ventilatietorens geen functie meer. De tunnel heeft nu ventilatoren aan het begin en het eind van de beide tunnelbuizen. Deze blazen eventuele rook bij een calamiteit de tunnel uit. De lage torens verzorgen de luchttoevoer naar de vluchtruimtes in de tunnel.

Het complex heeft zowel cultuur als architectuurhistorische waarde en is van algemeen belang als essentieel toonbeeld van de vroege Wederopbouw vanaf 1940. Nederland telt maar een beperkt aantal ventilatiegebouwen.

Willem Moojen